Heilige water
De stoel kraakte een beetje toen ik achterover leunde en hem even aankeek. Mijn ademhaling was nog niet helemaal rustig en ik voelde dat mijn wangen warm waren. Soms heb je van die momenten tijdens een date dat alles even stil lijkt te staan, zo’n klein stukje tijd waarin je alleen maar elkaars blik ziet en allebei weet: dit was leuk. Hij stond op om even zijn glas water te pakken en keek toen naar de stoel. “Volgens mij was je wel héél nat,” zei hij met een half verbaasde glimlach. Ik moest lachen en trok mijn knieën even onder me toen ik daarna naast hem op de bank ging liggen. “Ja…ik ben klaargekomen,” zei ik. “Maar volgens mij heb ik ook een beetje gesquirt.” Hij keek me meteen aan, alsof hij even moest checken of ik een grap maakte. “Echt?” zei hij, duidelijk enthousiast. “Dat had ik niet eens door.” “Het was ook maar een beetje,” zei ik schouderophalend. “Soms is het weinig… soms is het echt veel. Het verschilt echt per keer.” Hij ging iets dichter tegen me aan zitten, nog steeds met die nieuwsgierige blik. “Kun je dat al lang dan?” Ik schudde mijn hoofd. “Eigenlijk nog niet zo lang. Best recent ontdekt eigenlijk.” Hij vertelde toen over een vrouw die hij ooit had ontmoet.
Terwijl hij praatte keek hij een beetje naar het plafond alsof hij het beeld opnieuw probeerde op te roepen. “Bij haar hoefde je er bijna alleen maar naar te kijken,” zei hij lachend. “En dan begon het al. En echt… heel veel ook. Dat had ik nog nooit zo meegemaakt.” Ik draaide mijn hoofd naar hem en vroeg, vrij uit het niets: “Heb je het eigenlijk wel eens geproefd?” Hij keek me aan alsof ik hem net een raadsel had gegeven. “Nee,” zei hij. “Maar daar zit toch ook urine bij?” Ik grinnikte. Ik kan soms een beetje gek uit de hoek komen met vragen, maar dat maakt de gesprekken juist leuk. “Dat is nooit echt bewezen,” zei ik. “En het smaakt eigenlijk best zoet.” Ik keek hem met een speelse blik aan. “Een beetje het heilige water van een vrouw.” Hij barstte in lachen uit. We praatten nog even verder over hoe verschillend het eigenlijk kan zijn. Soms is het maar een klein beetje. Soms helemaal niets. En soms… tja… een soort fontein. “Dus niet iedereen kan het?” vroeg hij. “Niet iedereen,” zei ik. “Of sommige vrouwen weten het gewoon nog niet.” We kwamen uiteindelijk tot een theorie waar we zelf vooral hard om moesten lachen. “Misschien heeft de ene vrouw gewoon een loper als sleutel,” zei ik. “Die werkt bij iedereen.” Hij knikte serieus. “En de andere heeft een normale sleutel… die moet je gewoon goed gebruiken.” “Precies,” zei ik. “En sommige vrouwen weten nog niet eens dat ze überhaupt een sleutel hebben.” We keken elkaar even aan en toen moesten we allebei lachen. Gebaseerd op echte ervaringen. Liefs, Noa.